Spannen, Laden en Schieten

Veerbuksen en pompbuksen zijn door hun aard beperkt tot het lossen van enkelvoudige schoten. Voor ieder schot wordt de luchtbuks gespannen en wordt één pellet in de loop gelegd. Veel mensen vinden dit prettig omdat dit een soort eenduidige procedure wordt, die voorafgaat aan het lossen van het schot. Het geeft een vorm van rust nodig om geconcentreerd te kunnen schieten.

Kogels bolHet inleggen van de pellet moet voorzichtig gebeuren. Loden pellets zijn zacht en vervormen gemakkelijk. Bij de meeste buksen wordt de pellet in de knikloop gedrukt. Bij onder- of zijspanners wordt de kogel in de loop gedrukt en daarna met een grendel mechanisme verder in de loop gedrukt. Het mechanisme sluit de loop meteen ook af. Persluchtbuksen kunnen enkelschots of met een magazijn zijn uitgevoerd. Het laden van enkelschots persluchtbuksen is identiek aan de beschreven werkwijze voor pompbuksen en veerbuksen met onder- of zijspanners.

PCP magazineBij persluchtbuksen voor achtertuinschutters wordt meestal gewerkt met een magazijn voor meerdere pellets. Zo’n magazijn wordt vooraf gevuld en in één beweging in de buks geplaatst. Als het leeg is kan het snel worden vervangen door een volgend magazijn. Voor wedstrijden is een magazijn meestal niet toegestaan.

ToxicPellets zijn meestal van lood en dat heeft een paar nare eigenschappen waar een schutter rekening mee moet houden. Lood is giftig en schutters moeten bij het laden goed uitkijken dat zij door vuile handen geen lood binnen krijgen. Lood is ook slecht voor het milieu daarom moet je ervoor zorgen dat er geen loden pellets op het terrein achterblijven. Gebruikte pellets kunnen gewoon in het restafval, omdat metalen hieruit worden teruggewonnen. Een en ander veronderstelt wel dat je doelen gebruikt die de pellets opvangen. Pellets blijven hangen in een stevige plaat multiplex van minimaal 2cm dikte. Als de doelplaat versleten is gooi je deze in zijn geheel in het restafval. Voor het schieten op doelkaarten zijn speciale stalen kogelvangers in de handel. Deze verzamelen de pellets in een bakje dat kan worden geleegd. Deze kogelvangers werken het beste als er onderin wat zand wordt gedaan. Pellets springen er dan minder snel uit.

FTT kogelvangerAls je gaat schieten op losse doelen in het terrein (bijvoorbeeld bij field target schieten) is het nodig om de doelen in een kogel vangende kast te plaatsen. Er zijn ook pellets van messing of koper die het milieu minder belasten.

Als de trekker wordt overgehaald gebeurt dit in twee delen. Eerst neem je de vrije slag weg totdat je de weerstand voelt. Daarna trek je gelijkmatig door totdat het schot afgaat. Verderop gaan we dieper in op de kunst van het lossen van een perfect schot. Nu gaat het om het pellet die door de loop gaat.

Diabolo Pellets hebben meestal de vorm van een diabolo. De achterzijde heeft een trechtervorm, die door de hoge luchtdruk min of meer in de schroefvormige groeven aan de binnenzijde van de loop worden gedrukt.Spiraalgroeven Hierdoor sluit de pellet de loop goed af en wordt de draaibeweging van de groeven (verlagingen) en velden (verhogingen) goed op de kogel overgebracht.

Als de pellet de loop verlaat draait deze om zijn lengteas, waardoor deze in de kogelbaan de richting van de loop vasthoudt. Als de pellet niet zou draaien zou deze direct gaan kantelen en gaan afwijken van zijn ideale kogelbaan.

veiligheidspalNa het spannen en laden is de luchtbuks gebruiksklaar. Voor de veiligheid zijn geweren voorzien van een Safe/Fire-veiligheidspal. Als de buks vergrendeld is kan de trekker niet worden overgehaald. Het idee hierachter is dat het wapen pas wordt ontgrendeld als de schutter ook echt de trekker gaat overhalen. Veel luchtbuksen zijn voorzien van een automatische vergrendeling die inschakelt als het wapen wordt gespannen. Bij een niet automatisch vergrendelingen moet de schutter zichzelf aanleren om de luchtbuks direct na een schot te vergrendelen en vergrendeld te houden tot het volgende schot. Ook als de buks niet gespannen en ongeladen is!

Kogelebaan omlaagEenmaal uit de loop begint de pellet aan zijn vlucht door de lucht en zijn er twee krachten die hem van zijn richting doen afwijken. De eerste kracht is de weerstand die de kogel ondervindt in de lucht. Deze vertraagt de pellet. De andere is de zwaartekracht. De pellet begint te vallen zodra deze de loop verlaat. Een 5, 5 mm pellet die met 264 m/s de loop verlaat is na 25 meter al 5 cm gezakt. Bij 50 meter is dit opgelopen tot meer dan 20 cm.

Kogelbaan plaatjeDe schutter moet (met zijn richtkijker) deze afwijking corrigeren om een doel te kunnen raken.

Als de pellet uiteindelijk het doel raakt vervormt deze bij de inslag. Hout en aarde en ook de speciale kogelvangers houden de pellet na inslag vast. Harde ondergronden maken dat de pellet uit elkaar spat en er fragmenten in het rond gaan vliegen. Een pellet kan ook afketsen en onder een hoek en met behoud van veel energie zijn weg vervolgen. Als de pellet een hard vlak haaks treft dan kaatst deze in stukken terug de kan omstanders of de schutter zelf treffen. Dit illustreert het belang van een goed gemarkeerde schietbaan (in de achtertuin) waar geen mensen of dieren kunnen komen. Verder is het verstandig om een bril te dragen. Het allerbelangrijkste is echter dat je schiet op geschikte doelen met daarachter een opvang voor doorschietende pellets. Vermijdt harde materialen als (steen en staal) in de schietbaan.

Einde: Terug naar Luchtbuksen…

Handboek luchtbuksen